9 JULI 2023

«Ik ben gekomen om te redden
wat verloren was...»

JEZUS wilde alleen maar de zachte herder in ons midden zijn. Hij wilde zijn «als degene die dient» en toen Hij sprak over zijn leven geven voor zijn schapen, dacht Hij aan het Kruis; maar reeds gaf Hij elke minuut, niet aan de Mensheid met een grote M, maar aan die arme koortsige vrouw, die drie blinden of die zielige melaatse. De dagen gingen voorbij in dit dienstbetoon als een onvergelijkbaar licht dat generaties van zieke, ellendige en zielige mensen redde van wanhoop en hun vreugde gaf.

Op een dag onthulde Jezus het grote geheim dat zijn hele leven vormde: «Ik prijs U, Vader, Heer van Hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd… Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht. (Mt 11, 25 en 28).

Dat zou moeten volstaan om ons een volmaakt beeld van God te geven en om naar zijn wil te leven, zonder wanhoop of onrust; het zou ons moeten volstaan om Hem hierin na te volgen. De Kerk doet dit in haar heiligen en ik denk dat dit soort naastenliefde zich richt tot de massa, de kleinen ontroert, de ongelukkigen troost, waarvan de wereld altijd vol is geweest...

Zij die door hun aardse bezittingen onafhankelijk waren van anderen, zij die door hun geboorte de aanbeden meesters waren van een schare dienaren, zij die door hun schoonheid, intelligentie en morele kracht aan het hoofd van hun volk stonden, gaven hun leven op om de goddelijke volmaaktheid van de Dienaar van allen, de universele broeder, te bereiken. We denken aan de H. Lodewijk IX, maar er zijn zoveel andere heiligen!

Het werk van de middeleeuwen zit vervat in de godshuizen waar de zieken werden ontvangen als God zelf. Het zit in haar kloosterlingen en werken van barmhartigheid, waar een heel volk zich toelegde op het liefhebben van de lijdende leden van Jezus Christus.

Neen, de wereld staat niet op het punt het zachte licht te vergeten van de Zoon van de Maagd Maria die met wonden overdekt door de straten ging en iedereen genas, in ziel en lichaam, door een onophoudelijk herhaalde gave van zijn hele ziel aan ieder van deze mensen. Hij gaf niet afgewogen, maar het was omdat zijn Hart eerst vervuld was van medelijden dat zijn ogen wazig werden van tranen. Toen zegende zijn hand en verspreidde vreugde en verlossing!

In plaats van op te gaan in dromerijen, moet onze naastenliefde zich richten op onze «naaste», dat bewonderenswaardige woord dat begrepen werd door Jezus, die ons leert om ons te laten opslokken door het lijden van degenen die dicht bij ons staan, dag na dag, door telkens heel ons hart met gulheid te geven, zoals in Kana!

Want de hulp die aan het lichaam wordt gegeven, het wonder van Jezus in Jeruzalem of vandaag in Lourdes, is niets vergeleken met de spirituele gave van Gods Liefde. En ik denk aan die man die met veel pijn op sterven lag. Een priester sprak in Jezus’ naam tot hem over de goddelijke Barmhartigheid die op het punt stond hem te ontvangen; en terwijl hij tot hem de woorden van de Goede Herder sprak: «Wie tot mij komt, zal ik niet verstoten», lichtte het geteisterde gezicht op met een bovennatuurlijke vreugde...

Dat is het trouwe beeld van de mensheid. Terwijl de ongeveer vijfhonderd of duizend wonderbaarlijk door Jezus genezen mensen verdwenen zijn en hun toen genezen lichamen in de aarde liggen te wachten op de uiteindelijke opstanding, hebben miljarden gelovige mensen in deze bewijzen van de volmaakte Liefde van Jezus Christus een zuivere en sterke vreugde gevonden die alle kwaad te boven gaat. Inderdaad, Jezus kwam «om te redden wat verloren was...»

Abbé Georges de Nantes
1947