68. De corruptie van de democratie

Het leven van een democratische maatschappij is een echt spektakel vol emoties, spanning en onverwachte wendingen! Heel het volk neemt er actief aan deel door partijen te vormen die ieders diepste overtuigingen vertegenwoordigen en door onder de programma’s van de kandidaten datgene uit te kiezen dat het best beantwoordt aan iemands ideeën en wensen. In het parlement wordt alles open en bloot besproken in magnifieke en heldere redevoeringen; het volk kan goed zien hoe het bestuurd wordt en op grond van welke principes en belangen de grote beslissingen van de staat genomen worden. Begaat de regering een fout, dan wordt ze onmiddellijk ten val gebracht door de oppositie; nieuwe verkiezingen laten toe een nieuwe regering te vormen, die uiteraard wijzer en rechtvaardiger zal zijn… Maar alleen een dwaas gelooft dat!

1. De onweerstaanbare evolutie van het democratisch leven – het is bewezen – voert van hoogstaande intellectuele debatten naar laag-bij-de-grondse rivaliteiten voor het eigenbelang, van de grote nationale en internationale politiek naar het gekonkelfoes van kapitalistische en syndicale drukkingsgroepen. Het volk, waarvan men dacht dat het ideeën naar voren moest brengen, wordt door de demagogische concurrentie van de partijen omgevormd tot een amorfe massa die alleen nog maar schreeuwt om bevrediging van haar behoeften, verlangens en passies.

2. De onweerstaanbare evolutie van de partijen dwingt hen om steeds meer afstand te nemen van de pretentie waarmee zij graag uitpakken: de natie vertegenwoordigen, haar regeren volgens haar overtuiging, keuzes en soevereine belangen enz. Want uiteindelijk zijn die partijen genoodzaakt om zich te verkopen aan het buitenland. «De Franse Republiek wordt geregeerd door het buitenland» (Charles Maurras).

Geen enkele partij, en dat gold al voor de partijen in onze oude feodale oorlogen en in de godsdienstoorlogen, kan uiteindelijk de bovenhand halen als ze niet haar toevlucht neemt tot het geld en de wapens van het buitenland: de communistische ideologie en het goud van de Oeral, het nazisme en de steun van het Duitse leger, de Entente Cordiale en de hulp van de Bank van Londen, het Europa van de Amerikaanse dollar. Tot daar voor de geschiedenis. En wat de actualiteit betreft, zijn het de belangen van het internationaal grootkapitaal, het mondialisme, de multinationals en de reuzen van de energie of de voedselindustrie die in feite de belangrijke politieke beslissingen van onze verkozenen dicteren. 

3. De onweerstaanbare evolutie van de democratische staat is die van een verheven ideaal van algemeen belang naar een verachtelijke onderworpenheid aan wie en wat het minst van al deugt. In het begin neemt de nieuwe macht zich voor om deugdzaam, onkreukbaar en edelmoedig te regeren: «de zuivere en standvastige Republiek»! Maar een democratisch bewind kan het zich niet veroorloven impopulair te zijn. Wat het enerzijds aan harde voorschriften oplegt, moet het anderzijds door toegevingen compenseren. Het vrije loven en bieden van de partijen die aan de macht willen komen, dwingt de democratische regering om de passies van de grote massa ter wille te zijn en uiteindelijk af te glijden tot het niveau van het laat-Romeinse rijk: «panem et circenses», brood en spelen... Daar zijn we nu terechtgekomen. Is een volk eenmaal zover, dan is ook de moordzuchtige barbaar niet meer veraf.