« GIJ ZULT MIJN GETUIGEN ZIJN »

In februari 2015 verspreidde Islamitische Staat een gruwelijke video waarop te zien is hoe 21 christenen op een strand bij Tripoli onthoofd worden. De vermoorde « volgelingen van het Kruis » waren Egyptische kopten die als gastarbeider in Libië werkten. De westerse media schrapten uit de video niet alleen de afschuwelijke moordpartij zelf, maar ook het moment waarop de martelaren weigeren hun geloof af te zweren en samen « Ya Rabbi Yassou ! » roepen : « O, mijn Heer Jezus ! », een traditionele aanroeping bij de kopten.

VIJFTIG JAAR KATHOLIEKE CONTRAREFORMATIE

EXACT een halve eeuw geleden, in oktober 1967, publiceerde abbé de Nantes het eerste nummer van La Contre-réforme catholique au XXe siècle.

Het Tweede Vaticaans Concilie was pas beëindigd en de euforie over de nieuwe wind die in de Kerk waaide, was overal nog groot. Maar de stichter van de Katholieke Contrareformatie in de 20ste eeuw had al tijdens de zittingen van het Concilie de decreten en teksten geanalyseerd en besefte dat er sprake was van een Revolutie die alles ten gronde zou richten.

Terwijl de kerkelijke hiërarchie van hoog tot laag jubelde, was abbé de Nantes de onheilsprofeet, « voorwerp van misprijzen voor zijn tijdgenoten zoals eertijds aartsvader Noë. Maand na maand spande hij zich in om gestalte te geven aan een denkschool die een reddende ark zou zijn voor de Kerk en voor de christelijke landen. Met zijn scherp inzicht als man Gods voorzag hij de verschrikkelijke zondvloed die na het Concilie zou losbreken. Daarom vermenigvuldigde en verfijnde hij zonder ophouden zijn bewijsvoeringen om ze steeds toegankelijker te maken voor zijn “ kleine kudde ” van trouwe vrienden » (broeder Philippe, Il est ressuscité ! nr. 177, juli 2017, p. 33).

Een nieuwe Contrareformatie was in zijn ogen broodnodig, in het spoor van de succesvolle Tegenhervorming van het Concilie van Trente die in de zestiende eeuw de Kerk een nieuwe adem geschonken had. Want Luther en Calvijn waren als het ware gereïncarneerd in de leden van de modernistische clan die door toedoen van Vaticanum II de katholieke godsdienst geperverteerd hadden. Het eerste nummer van de CRC sprak dan ook duidelijke taal :

« In de zestiende eeuw hadden we zogezegde Hervormers, in werkelijkheid protestanten die uit de Kerk verjaagd waren wegens schisma en ketterij, waardoor zij haar enkel nog van buitenaf konden aanvallen. In de eerste helft van de twintigste eeuw werden door de modernisten in het geheim complotten gesmeed om het geloof en de kerkelijke instellingen te veranderen ; ze deden dat van binnenuit, maar kregen tegenwind van een hiërarchie die hen streng afkeurde, van de encycliek “ Pascendi ” (1907) en de “ Brief over de Sillon ” (1910) tot de encycliek “ Humani generis ” (1950).

« Sinds 11 oktober 1962 zijn zij opgevolgd door gemandateerde hervormers, concilievaders of experts, die een nieuwe interpretatie aan de dogma ’s geven, de moraal in een andere vorm gieten, de riten en de kerkelijke discipline “ moderniseren ”. Hun werk wordt door de hiërarchie zelf beschouwd als een “ vernieuwing ” en als geïnspireerd en geleid door de “ Geest ”.

« De Roomse Kerk, tot voor kort nog “ één, heilig, katholiek en apostolisch ”, is vandaag “ in staat van permanente hervorming ”. Zij verandert, in een alsmaar sneller tempo. Zij verandert van aangezicht en van ziel, onder uw pontificaat [Paul VI]. Binnenkort zal zij de begeerde, maar weinig benijdenswaardige titel van hervormde Kerk verdienen » (CRC nr. 1, oktober 1967, p. 1).

De onheilsprofeet kreeg gelijk. Vijftig jaar later is de Kerk nog slechts een puinhoop en beseffen we pas echt het dramatische karakter van de woorden die Jezus sprak : « Zal de Mensenzoon bij zijn terugkomst nog het geloof op aarde vinden ? » (Lc 18, 8)

Het werk wordt verdergezet door broeder Bruno Bonnet-Eymard, die zijn eigen charisma heeft van exegeet van het Woord Gods, zoals dat tot ons spreekt in zijn Heilig Boek, de Bijbel, en in de actualisering ervan : de verschijningen en de boodschap van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima.

De CRC verdedigt de Kerk en haar Opperherder. Maar zolang Franciscus « het Concilie volgt », zoals hij zelf zegt, en zijn rug keert naar de verzoeken van de H. Maagd van Fatima, maakt hij het zichzelf onmogelijk om een einde te maken aan de teloorgang van het geloof. « Arme Heilige Vader ! » zei Jacinta. « We moeten veel bidden voor de Heilige Vader. »

VIJFHONDERD JAAR REFORMATIE

De herdenking van het eeuwfeest van Fatima wordt in de schaduw gesteld door de grote aandacht die uitgaat naar het feit dat Maarten Luther vijfhonderd jaar geleden zijn opstand tegen de katholieke Kerk begon. Voor diezelfde Kerk is dat echter geen probleem meer : men wrijft zich in de handen omdat men een hoogfeest van de (conciliaire) oecumene kan organiseren.

« Dat de herdenking, onder meer op vraag van de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen en de Duitse bisschoppenconferentie, nadrukkelijk een oecumenisch accent krijgt, blijkt onder meer uit de grote oecumenische viering die wordt gepland op 14 september 2017 net over de grens in de stad Trier. Deze oecumenische herdenking wordt in nauwe samenwerking met de Duitse bisschoppenconferentie georganiseerd. De voorbereiding van dit evenement werd toevertrouwd aan een katholiek-evangelische werkgroep » (Kerknet).

In zijn conferentie van maart jl. hamerde broeder Bruno er nog op « wat de kop, het beginsel van het kwaad is dat moet verpletterd worden : Luther. Het zijn hij en zijn noodlottige zogezegde Hervorming die de wereld sinds 1517 ondermijnen en die, sinds Vaticanum II, de schoot zelf van de katholieke en hiërarchische Kerk steriel maken. En die zich in eenzelfde beweging ook keren tegen de boodschap van de Maagd van Fatima. »

Abbé de Nantes heeft al lang geleden de waarheid over de rebelse monnik van Wittenberg neergeschreven ; tegenover het Evangelie van Christus stelt Luther zijn « kakangelie » :

« Het Evangelie, de Blijde Boodschap die Christus de mensen is komen brengen, is volgens Luther in werkelijkheid een “ slechte boodschap ” : Jezus heeft de mens zijn verdorvenheid en onvermijdelijke verdoeming geopenbaard... Luther haalt zijn denkbeelden uit verkeerde interpretaties van Sint-Paulus en Sint-Augustinus. Hij neemt een paar duistere teksten van Augustinus om zijn twijfel te verdedigen, andere wijzigt hij naar eigen inzicht. Hij richt zich niet meer naar de boeken, maar verdraait de boeken naar eigen gevoelens en als dat niet gaat, noemt hij ze verwerpelijk.

« Sinds de erfzonde is de menselijke natuur volgens Luther door en door verdorven. De mens is overgeleverd aan zijn passies, aan de zinnelijkheid en de begeerte, die niet te overwinnen zijn. De vrije wil is weg, strijden tegen de zonde is een volstrekt zinloos gevecht.

« De mens, deze slaaf van de zonde, wordt niettemin door God gerechtvaardigd, “ zomaar ”, door de verdiensten van Christus. Er is niets veranderd in de zondige mens, zijn schuldige begeerte en zijn perverse wil zijn gebleven. Hij blijft boosaardig. Maar door een beslissing van zijn absolute wil kiest God diegenen die Hij wenst als rechtvaardigen uit : dat zijn de voorbestemden, de “ gepredestineerden ”, die daardoor gered worden van de eeuwige veroordeling.

« De voorbestemming gebeurt dus zonder enige medewerking van de mens zelf, die slecht blijft in alles wat hij doet – ook in zijn naastenliefde. Goede werken dragen helemaal niets bij tot onze rechtvaardiging. Het enige wat telt, is het “ bijzonder geloof ” : men moet geloven dat God een aantal zondaars ondanks henzelf voorbestemt tot het heil. Wie dan wel ? Zij die van zichzelf geloven dat ze gered zijn in Christus. Het geloof daarin alléén volstaat : Sola fide.

« Een dergelijk subjectivisme leidt onvermijdelijk tot onverschilligheid voor de dogma ’s, de moraal, de kracht van de sacramenten, de kerkelijke instellingen. De mens moet rechtstreeks contact met God zoeken en de Kerk heeft geen enkele betekenis als heilsinstelling, als bruggenbouwster tussen God en de mens. De geestelijkheid, het pausdom zijn slechts mensenwerk.

« Dat is de ketterij van het lutheranisme : een vervalsing van de leer van Sint-Augustinus, een karikatuur van de doctrine van Sint-Paulus. Heel deze theorie is de oorlogsmachine van een onevenwichtige geworden, gericht tegen elke menselijke orde. En weldra zal het de rebellie van een heel volk worden tegen de beschaving en de instellingen van Rome » (Hij is verrezen ! nr. 25, januari-februari 2007).

IK BEN (G)EEN CHRISTEN

Een kardinaal zonder kruis : kardinaal Marx in de Rotskoepel.
Een kardinaal zonder kruis  :
kardinaal Marx in de Rotskoepel.

De voorzitter van de Evangelische Kerk in Duitsland, de Lutherse bisschop Heinrich Bedford-Strohm, en de katholieke kardinaal Reinhard Marx maakten in oktober vorig jaar aan het hoofd van een oecumenische delegatie een bedevaart naar Jeruzalem. Bedoeling was te pelgrimeren in de voetsporen van Jezus én elkaar beter te leren kennen, helemaal in de geest van de oecumene van Vaticanum II. Uiteraard kaderde de bedevaart ook in de viering van 500 jaar Reformatie (1517-2017).

Op het programma stond onder meer een bezoek aan de Klaagmuur en aan de Tempelberg. Deze laatste staat bij de moslims bekend als de Haram al-Sharif en wordt beheerd door een waqf, een islamitische stichting. De delegatie van katholieken en protestanten mocht de Tempelberg bezoeken en kreeg toelating voor een (geleid) bezoek aan het interieur van de Rotskoepel. Maar in overeenstemming met de mohammedaanse voorschriften moesten de vrouwelijke leden verhullende kledij en een hoofddoek dragen... en moesten Marx en Bedford-Strohm het onderscheidingsteken van hun christenzijn afleggen. Voor Reinhard Marx, kardinaal van de Rooms-katholieke Kerk, betekende dit het verwijderen van zijn borstkruis. Wat de prelaat ook onmiddellijk deed.

Kardinaal Marx is lid van de “ Raad van negen kardinalen ” die de paus bijstaat « om de Curie te hervormen ». Bestaat die “ hervorming ” erin om « het Kruis van Christus te evacueren » ?

Volgens Bedford-Strohm ging het nochtans « op geen enkele manier om een verloochening van het Kruis ». Neen, zo stelde hij bij zijn terugkeer, « wij hebben uit respect voor onze gastheren gehandeld. » De commentator van Der Tagesspiegel merkte daarbij op dat de hoge prelaten geen privébezoek brachten : het ging om een officiële, door journalisten begeleide delegatie uit Duitsland.

Maar privé of publiek, een christen blijft in alle omstandigheden trouw aan het Kruis. Kardinalen dragen precies rood omdat zij geacht worden bereid te zijn met hun bloed van hun geloof te getuigen...

OVER DE FILM « SILENCE »

Nogal wat katholieken zijn positief over de film « Silence » (2016) van de Amerikaanse regisseur Martin Scorsese. Is deze film – van de hand van de man die ook « The Last Temptation of Christ » draaide – inderdaad aanbevelenswaardig ?

Een recensie gepubliceerd in het tijdschrift Ave Maria van de Fraternité sacerdotale Saint-­Antoine-Marie-Claret (april 2017) toont aan dat « Silence » in feite de ontkenning inhoudt van de genade van God. Nu christenen vandaag op veel plaatsen in de wereld gemarteld worden, moet men weten dat God helemaal niet “ zwijgt ” met betrekking tot zijn martelaars.

De film is gebaseerd op de roman « Stilte » van de Japanse schrijver Shusaku Endo, waarin het drama verteld wordt van een fictief personage, een Portugese priester-jezuïet in Japan in de 17de eeuw, op het hoogtepunt van de antikatholieke vervolging. De film handelt over de geloofsstrijd waarin de priester moet kiezen tussen het leven van zijn kudde en zijn geloof. In die beproeving blijkt God niet te antwoorden op zijn smeekbeden – vandaar de titel van de film. Uiteindelijk verbreekt Christus zelf de stilte. Hij laat de priester verstaan dat hij het geloof uitwendig mag verloochenen door de beeltenis van Jezus te vertrappen om zo zijn kudde te redden.

Deze geschiedenis is volkomen tegengesteld aan het onderricht van de Kerk. De voornaamste les van de film is immers dat het verloochenen van het geloof soms kan gerechtvaardigd worden en zelfs door God gevraagd.

De eerste dwaling is de moderne veronderstelling die van het leven de hoogste waarde maakt en van het martelaarschap een mislukking. De “ boodschap ” van « Silence » is dat het leven zo kostbaar is dat God zelf zich medeplichtig maakt aan de geloofsafval door de gelovigen in te fluisteren hun leven te redden. De ware geschiedenis van de Japanse martelaren is in volkomen tegenspraak met dit moderne concept, dat de onwankelbare moed en de bovennatuurlijke vreugde van de martelaren en de missionarissen negeert.

Een tweede dwaling is de bewering dat uiterlijke handelingen geen betekenis hebben. In de film wordt de uiterlijke verloochening inderdaad vergoelijkt door de nobele bedoelingen van het hoofdpersonage, dat bekommerd is om de aardse redding van zijn kudde. Maar het woord “ martelaar ” (martus in het Grieks betekent “ getuige ”) houdt precies in dat men een uiterlijk bewijs van zijn geloof geeft tegenover anderen. Zij die de Kerk vervolgen, hebben in het bijzonder een afkeer van het publieke getuigenis dat de christenen geven ; en zij zijn er vooral op uit om van hun slachtoffers een uiterlijk teken van verloochening te verkrijgen.

De grootste dwaling tenslotte is de ontkenning van het werk van de genade in de zielen en de gedachte dat de normale houding van God het stilzwijgen is. Het kan niet anders of het martelaarschap houdt de genade in die het verstand verlicht en de wil sterkt, om de christen toe te laten iets te doen dat de menselijke natuur overstijgt. De H. Augustinus bevestigt dat : de verdiensten van de martelaren zijn het gevolg van de genade van God en van hun eigen medewerking aan de genade.

Dus God zwijgt helemaal niet ! Want Hij kan niet toelaten dat iemand boven zijn capaciteiten op de proef gesteld wordt. Hij is op een intieme manier betrokken bij wie het martelaarschap ondergaat en Hij geeft hen de genade. God laat de beproevingen toe, maar Hij is er nooit uit afwezig.

De obsessie met het eigen “ ik ” doordrenkt onze huidige wereld zozeer dat God er uit buitengesloten wordt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zoveel mensen denken dat de stilte de keerzijde van het martelaarschap vormt. Voor een groot deel heeft dat te maken met de leegte van hun eigen leven : ze kunnen zich de actie van God en zijn genade gewoon niet voorstellen.

EEN GEVAARLIJK PAD

Kardinaal Joseph Zen Ze-Kiun, emeritus bisschop van het autonome Hongkong tussen 2002 en 2009, is zwaar teleurgesteld in het diplomatieke beleid van paus Franciscus ten aanzien van de Volksrepubliek China.

Volgens de kardinaal sluit de paus met betrekking tot bisschopsbenoemingen te gemakkelijk compromissen met de Chinese regering. In een interview met het Poolse magazine « Polonia Christiana » wijt hij de verslechterde positie van de katholieke Kerk in China aan de naïeve houding van de paus. In een recente overeenkomst tussen de H. Stoel en de Volksrepubliek is besloten tot een proces van geleidelijke integratie van de ondergrondse Rooms-katholieke geloofsgemeenschappen met de Chinese Patriottische Katholieke Vereniging, het door de Communistische Partij van China gecontroleerde kerkgenootschap.

Officieel heeft de paus volgens het nieuwe akkoord het recht om bisschopsbenoemingen te bekrachtigen. Dat is volgens het kerkelijk recht ook noodzakelijk omdat een bisschopswijding zonder pauselijk mandaat met excommunicatie van de wijdende en gewijde personen wordt bestraft. Maar het compromis geeft de paus volgens Zen Ze-Kiun slechts een schijnmacht. De kandidaten worden voorgedragen door de patriottische bisschoppenconferentie die volledig gecontroleerd wordt door de Communistische Partij. « Hoe kan je het recht tot voordracht aan een atheïstische staat overlaten ? », vraagt de prelaat zich met recht en reden af.

Hij onderstreept dat er in China geen echte bisschoppenconferentie bestaat. De Chinese bisschoppen komen enkel bij elkaar op initiatief van Bejing. Echt vrij overleg is er niet. Bovendien hebben in deze “ conferentie ” bisschoppen zitting die niet door de H. Stoel erkend zijn, terwijl legitieme bisschoppen van de ondergrondse Kerk geen lid mogen zijn (bron : kro.nl).

DE WENENDE PAUS

Op een dag zei Jacinta tot haar nichtje Lucia : « Ik heb de heilige Vader gezien in een heel groot huis, neergeknield voor een tafel, met het hoofd in de handen en wenend. Buiten waren er zeer veel mensen en sommigen wierpen stenen naar hem ; anderen vervloekten hem en riepen veel lelijke woorden naar hem. Arme heilige Vader ! We moeten veel voor hem bidden. »

« Vandaag oogst paus Franciscus nog van alle kanten applaus. Morgen zullen het “ stenen ” en “ lelijke woorden ” zijn, wanneer de mensen zullen inzien wat voor rampen er van het ene uiteinde van de wereld tot het andere over hen gebracht zijn door de denkbeeldige hoop die deze paus en zijn voorgangers sinds het Tweede Vaticaans Concilie gezaaid hebben. Zoals de rampspoed die eertijds Luther en de anabaptisten over Duitsland brachten, zoals de rampen die vandaag veroorzaakt worden door bepaalde moslims – we moeten “ veel van hen houden ”, zei Franciscus in het vliegtuig bij zijn terugkeer uit Fatima...

« Wat de paus doet, is het aanwakkeren van de oorlog van iedereen tegen iedereen, zoals indertijd Paul VI en Joannes-Paulus II, omdat hij weigert Rusland toe te wijden aan het Onbevlekt Hart van Maria en er zich mee tevreden stelt ons te bedekken met een “ mantel ” : “ Ik kon niet anders dan naar hier komen ”, zei hij op 13 mei in Fatima, “ om de Maagd Maria te vereren en haar zonen en dochters aan haar toe te vertrouwen. Onder haar mantel zullen zij niet verloren gaan. Uit haar armen [neen : uit haar Onbevlekt Hart !] zullen de hoop en de vrede komen waaraan zij nood hebben en die ik vraag voor al mijn broeders in het doopsel en in het menszijn, in het bijzonder voor de zieken en de gehandicapten, voor de gevangenen en de werklozen, voor de armen en de verlaten personen [en de zondaars ?]. Geliefde broeders, laten wij tot God bidden in de hoop dat de mensen [sic] naar ons luisteren. En laten wij ons tot de mensen richten met de zekerheid dat God ons hulp zal bieden. ”

« Wat een onverbeterlijke verblinding... Aan de mensen vragen wat God ons wil schenken door het Onbevlekt Hart van Maria ! Franciscus kan het niet beter formuleren dan wanneer hij een aanklacht houdt tegen “ de onverschilligheid die ons hart ijskoud maakt en onze bijziendheid verergert ”. En deze Opperherder die niettemin zo door onze hemelse Moeder bemind wordt, geeft ons zelf de reden waarom wij voor hem moeten bidden : “ Wij willen geen mislukte hoop zijn ! ” » (broeder Bruno, Il est ressuscité ! nr. 176, juni 2017, p. 10).

redactie KCR
Hij is verrezen ! nr. 89, september-ocktober 2017