28. De Kerk is Rooms

1. De falangist is, als leerling van Christus, in de allereerste plaats gehecht aan zijn Plaatsvervanger op aarde: de Opperherder, de bisschop van Rome dat «de moeder en meesteres van alle Kerken» is. Daar is het centrum van de eenheid en de volheid van de heiligheid; daar vindt men het verleden doordrenkt van de apostolische overlevering en is de maat en de orde van de katholiciteit te vinden. Daar is ook de regel van het geloof, de hoogste wet die de riten bepaalt en de grondslag van het recht.

Jezus Christus heeft het pausschap gewild en de H. Geest heeft het gevormd. Het moet beschikken over de organen die horen bij een wereldwijd beleid: de Curie en alles wat nodig is voor een volledige soevereiniteit en onafhankelijkheid op wereldlijk vlak, namelijk een Stad, een eigen burgerschap, vaste en vrije inkomsten en een verdediging. Dat maakt de noodzaak duidelijk van de tijdelijke macht van de Pausen, waartegen de vijanden van de Kerk onophoudelijk gestreden hebben; ze stelden die macht voor als iets afschuwelijks, ze probeerden ze te verminken en zelfs gewoon te doen verdwijnen. 

2. In tegenstelling tot de gangbare opinie is de falangist van mening dat de pauselijke functie eenvoudig, onveranderlijk en traditioneel is en dat ze, ontdaan van alle bijkomstigheden van de laatste tijd, uiterst effectief is. In haar drie machtsvormen – verkondiging, heiliging en leiding – is die functie absoluut noodzakelijk voor het dagelijks leven van het mystiek Lichaam, zodat de Paus zich niet kan onttrekken aan de uitoefening ervan zonder een doodzonde te begaan en zijn verdoeming te riskeren.

De Opperherder moet verkondigen, dat wil zeggen het katholiek geloof proclameren, het doorgeven aan het gelovige volk en zo het ongerept karakter waarborgen van het openbaringsgoed dat aan de Kerk is toevertrouwd. Daartoe moet hij elke dwaling of ketterij veroordelen en er de banvloek over uitspreken.

Hij moet het volk van God heiligen door te verzekeren dat de genade verspreid wordt via alle kanalen die Jezus Christus ten dienste van zijn Kerk heeft gesteld. Daartoe moet hij waken over de geldigheid en de waardigheid van riten en sacramenten en dus alle veranderingen verbieden die de zuiverheid ervan aantasten; nieuwlichters dient hij te excommuniceren.

Hij moet de kudde leiden, zowel die van de herders als die van de gelovigen, door de hiërarchische eenheid te handhaven tegen elk schisma en door als hoogste herder en rechter van alle christenen recht te spreken om een eind te maken aan verdeeldheid of onderdrukking.  

Tenslotte is het ook zijn taak als hoofd van de H. Kerk om werk te maken van haar innerlijke hervorming als die noodzakelijk blijkt, door soevereine voorschriften uit te vaardigen of door een algemeen concilie bijeen te roepen. Hij moet waken over de verdediging en bescherming van de christenheid tegen al haar vijanden door op te roepen tot de kruistocht, door onrechtvaardige oorlogen te veroordelen en door tirannen of afvallige vorsten te excommuniceren.

3. De falangist, die weet hoe gebrekkig al het aardse is, heeft de goddelijke kracht van die Rots als steun nodig. In de veranderlijkheid van de wereld heeft hij behoefte aan dat beginsel van zekerheid en stabiliteit. Principieel en door ervaring is hij Rooms, ultramontaans, pausgezind en verdediger van de onfeilbaarheid. Doorheen de figuur van de regerende Paus weet hij zich verbonden met Petrus, want de H. Vader is de ware en enige opvolger van de Prins der apostelen. Doorheen de paus is de falangist ook verbonden met de H. Geest van Jezus Christus, van wie hij de opperste Plaatsbekleder is.

4. De Paus dienen is voor de Falanx zo’n ernstige en essentiële regel dat in het geval van twijfel over de echte paus, zijn legitimiteit, zijn rechtzinnigheid in de leer (orthodoxie) of in de daden die hij stelt (orthopraxie), er twee houdingen mogelijk zijn die allebei eerbaar zijn: blinde gehoorzaamheid of gewettigde oppositie. Door het protest wordt het pausschap van altijd gediend en als geheel voor onberispelijk gehouden; door de onderwerping blijft het gezag van de regerende Paus gehandhaafd met het oog op een onfeilbaar oordeel in de toekomst.

5. In deze tijden van duivelse verwarring heeft Onze-Lieve-Vrouw van Fatima  aangekondigd dat de Paus zelf « wankelend » zou voortgaan te midden van « een grote stad voor de helft in puin »: de H. Kerk verwoest door het Tweede Vaticaans Concilie.

Het is niet goed dat Pausen, de een na de ander en jarenlang, straffeloos kunnen tekortschieten in hun plicht; het is niet goed dat ze zich ongehinderd kunnen verstrikken in hun ketterse opvattingen, hun schismatieke nieuwlichterijen en hun schandaal verwekkend gedrag, dat ze de zielen laten lijden en de christenheid doen wegkwijnen, dat ze alles wat verkeerd is bevorderen en alles wat goed is stiefmoederlijk behandelen. Dat alles mag in de Kerk niet gebeuren zonder dat iemand onder de kardinalen, de bisschoppen of het volk van Rome zijn stem verheft.

Abbé de Nantes was de enige die zich openlijk verzet heeft tegen de formidabele apostasie in de Kerk, die gewaarborgd en ondersteund werd door het gezag van de opeenvolgende Pausen sinds Joannes XXIII. Omdat hij rotsvast geloofde in de onfeilbaarheid van de apostolische Stoel heeft hij zich tot de Paus gericht om hem te vermanen; hij overhandigde drie Aanklachtenboeken waarin hij op wettige en canonieke wijze een onfeilbaar leerstellig oordeel vroeg. In zijn spoor wacht de Falanx op het antwoord van Rome en is zij bereid om de plichten te vervullen die daaruit zullen voortvloeien voor de verdediging van de H. Kerk, met het zwaard van de waarheid en het schild van het recht die wij erven van de stichter van onze beweging.